Je kunt er al vroeg mee beginnen om je kind vertrouwd te maken met geld. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al jong hebben leren omgaan met geld, het later in hun volwassen leven financieel beter doen. Nu is het wel belangrijk om de financiële opvoeding van je kind te laten aansluiten bij zijn leefwereld en leeftijd. Tijdens de Week van het Geld (28 maart tot en met 1 april) wordt op school en in de media veel aandacht besteed aan hoe kinderen met geld kunnen omgaan. Zo is er bijvoorbeeld het dagelijkse geldjournaal.

Hoe jong begin je?
Dit verschilt per kind, maar zo rond de leeftijd van 3 jaar kun je al voorzichtig over geld beginnen. Dan is het belangrijk om je kind al iets van de waarde van geld mee te geven. Je kind zal misschien allerlei spulletjes willen hebben in de speelgoedwinkel. Het besef van de waarde van geld begint dan al bij opmerkingen zoals, dat je iets niet zomaar kunt meenemen, maar dat je het moet kopen, dat je niet alles kan kopen, dat je soms niet genoeg geld hebt, dat soort eenvoudige dingen.

Het NIBUD (Nederlands Instituut voor Budget Onderzoek) heeft een handige ‘financiële opvoedwijzer’ online staan. Die begint bij de leeftijd van 6 jaar. Vanaf die leeftijd krijgen kinderen meestal hun eerste zakgeld. Dat begint zo rond de € 1 per week. En dan is het belangrijk je kind daarin te begeleiden. Je zou kunnen vertellen wat je kind er mee mag doen en wat niet. Belangrijk is dat je kind spelenderwijs de waarde van geld leert kennen, maar ook dat je geld niet meteen hoeft uit te geven, dat je kunt sparen. Een klein spaardoel van een aantal weken is dan handig en overzichtelijk. Je kind zal rond deze leeftijd ook rekenonderwijs volgen, dat helpt verder bij het besef van waarde.

Tussen 6 en 12 jaar
In deze leeftijd zien we bijna overal dat zakgeld per week wordt gegeven. Het gaat een beetje omhoog van € 1 naar € 3. Dat zijn geen grote stijgingen. Wat vooral wordt aangeraden door deskundigen is om je kind contant geld te geven, zodat het ‘gevoeld’ kan worden. Uitgeven is op die manier iets fysieks en controleerbaars. Het wordt anders als je kind naar de middelbare school gaat. Veel wordt op school betaald met een pinpas. Het is dan ook slim om een paar jaar ervóór te beginnen met een pinpas, bijvoorbeeld vanaf de leeftijd 10 jaar. Je kind leert dan omgaan met iets wat-ie niet kan zien. Het thema van de Week van het Geld is ‘van DOEKOE tot DIGI’, dus van contant geld naar digitaal geld. Die overgang maakt je kind dus aan het einde van de basisschool en begin van de middelbare school mee. Vertel je kind vooral van veilig pinnen, veilig met de pincode om te gaan en het risico van contactloos betalen.

De middelbare school
De mobiele telefoon is niet meer weg te denken. Maak hier goede afspraken over. Wordt het een abonnement of prepaid? Wie betaalt wat? Je kind zal niet de eerste zijn die zich laat verleiden tot de aanschaf van apps, om iets te kunnen kopen of om te gamen. En zal ook niet de eerste zijn, die zich laat verleiden door online advertenties. In alles geldt: fouten maken mag, maar houd de schade wel beperkt. Hier kun je veel ellende voorkomen door samen met je kind naar de verschillende mogelijkheden te kijken en afspraken hierover te maken. De middelbare schooltijd is ook de periode dat je kind veel beter de zaken kan overzien: het is tijd om van het wekelijkse zakgeld naar een maandbedrag te gaan. Je kunt overwegen om apart kleedgeld te geven. Sommige ouders doen dat. En vergeet niet, dat je kind vanaf 13 jaar al wat uren mag gaan werken. Bewaak de goede balans tussen leven, werken en leren.

En dan…zelfstandig
Als je kind 18 jaar, is het zelfstandig. Hij of zij is zelf verantwoordelijk voor zijn geldzaken. Maar je kunt natuurlijk altijd helpen. Het zakgeld zal wellicht stoppen. De studiefinanciering doet zijn intrede en wellicht al een betaalde baan. Help je kind op weg in dat nieuwe financiële leven, door samen op regelmatige basis even te kijken naar zijn of haar financieel plan. Want dat is slim, net zoals je dat voor je zelf ook doet.

De regering is om, studenten moeten straks weer een basisbeurs krijgen en hoeven daarmee minder te lenen dan nu het geval is. Wanneer gaat het in? Wat betekent het precies? En hoe zit het met de studenten die net tussen wal en schip zijn gevallen en het meeste hebben moeten lenen?

Als het aan de regering ligt, wordt het leenstelsel vanaf het studiejaar 2023-2024 afgeschaft. Vanaf dat studiejaar krijgen studenten een basisbeurs . Die ze niet terug hoeven te betalen, als ze op tijd afstuderen. De hoogte van die basisbeurs laat zich volgens het Centraal Planbureau berekenen op € 108 per maand voor thuiswonende studenten en € 300 per maand voor uitwonende.

Let op, dat is een berekening, het uiteindelijke bedrag staat nog niet vast. Voor elke student komt er een basisbeurs, maar er is meer. Afhankelijk van het inkomen van de ouders komt er misschien ook een aanvullend bedrag. Daar komt bij dat de huidige OV-studentenkaart en de huidige voorwaarden waarop een student kan lenen waarschijnlijk zo blijven als ze nu zijn.

Het is een beetje zuur voor de studenten die na het afschaffen van de basisbeurs in 2015, hebben moeten lenen voor hun studie en nu met behoorlijke studieschulden zitten. Dat betekent niet alleen dat ze geld moeten terugbetalen, het bemoeilijkt ook hun start op de woningmarkt.

Als je een studieschuld hebt, kun je minder gemakkelijk een hypotheek krijgen. Gesproken wordt over compensatie van die studenten, die tussen 2015 en komend studiejaar 2022-2023 studeren en onder het leenstelsel vallen. De overheid trekt daar € 1 miljard voor uit. Rekening houdend met studentenaantallen rond 1 miljoen, zou dat een compensatie van € 1.000 per persoon opleveren. Veel studieschulden lopen in de tienduizenden euro’s, dus dat zet weinig zoden aan de dijk. Of de regering méér wil uittrekken ter compensatie is maar de vraag. Ook al zouden de aantallen studenten de helft zijn, dan nog is de compensatie in veel gevallen een schijntje. En daar komt bij: studenten die nog gaan studeren, in het komende studiejaar 2022-2023, hebben ook nog te maken met dat leenstelsel.

Voor ouders is het goed in kaart te brengen wat de huidige studieschulden van hun kinderen zijn, wat de eigen bijdrage kan betekenen voor kinderen jonger dan 21 jaar en hoe zij hun kinderen het beste financieel kunnen ondersteunen ook na hun 21e.

Een financieel plan reikt daarbij verder dan alleen de eigen situatie van de ouders, maar helpt ook de kinderen op weg naar een eigen toekomst. Een gecertificeerd financieel planner kan hierbij helpen om inzicht te krijgen en richting te geven. Zoek er een bij jou in de buurt en maak een afspraak.

Geld knoeit met ons hoofd. We gaan er vaak minder rationeel mee om dan we zelf denken. Doordat mensen ook emoties kennen is het moeilijk om puur rationele keuzes te maken en is het risico groot dat foute geld- en beleggingsbeslissingen worden genomen met alle nadelige gevolgen van dien.

We zijn allemaal mensen en we maken allemaal fouten. We zijn allemaal emotioneel en stappen ook veelal in dezelfde valkuilen. Dit doen we trouwens zeker niet bewust. Er vinden duizenden processen per seconde plaats in onze hersenen. Onbewust zijn er verkeerde afspiegelingen van de werkelijkheid, mogelijke vooringenomenheden die betere geldbeslissingen in de weg staan, soms zelfs saboteren. Korte termijn versus in de toekomst denken, nu of voor later plannen.

Mogelijke vooringenomenheden

Herken je een van de volgende mogelijk vooringenomenheden in jouw eigen (financiële) leven?

Geldillusie:
veel mensen willen heel graag hun financiële doelen realiseren, maar overschatten vaak sterk de mate waarin dit ook feitelijk lukt. Het hebben van een spaarrekening voor de kinderen, betekent niet automatisch dat er in de toekomst voldoende geld is, zodat de kinderen ook voldoende geld hebben om te kunnen studeren. Dat komt om te beginnen door de geldillusie. Hierbij gaan veel mensen ervan uit dat het geld van vandaag hetzelfde waard is als het geld van vorig jaar of de jaren daarvoor. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er is immers inflatie. Dit betekent dat er in de toekomst vaak meer geld nodig is om een doel ook werkelijk te realiseren.

Verliesaversie:
uit onderzoek blijkt dat verlies ongeveer twee keer zoveel meer pijn doet dan winst genot geeft. Een winst van 5% op de beleggingsportefeuille voelt als 5%, een verlies van 5% voelt als een verlies van 10%. Omdat de meeste mensen vooral luisteren naar hun gevoel, betekent dit ook dat zij bij voorkeur ervoor kiezen om hun geld te parkeren op een (renteloze) spaarrekening.

Spijtaversie:
dit speelt een rol als het gaat om beslissingen in winst- en verliessituaties. Het verschil met verliesaversie is subtiel en het mechanisme is misschien het beste te begrijpen aan de hand van een voorbeeld.

Aan proefpersonen werd de keuze voorgelegd welke situatie zij liever zouden willen meemaken. In situatie A sta je in een rij voor het theater en krijg je te horen dat jij, omdat je de duizendste bezoeker bent, een bedrag van € 100 ontvangt. In situatie B sta je in een rij voor het theater en krijgt de persoon in de rij vlak voor jou € 1.000 omdat deze de honderdduizendste bezoeker is. Jij krijgt als troostprijs € 150. Verreweg de meeste personen kiezen voor situatie A, hoewel ze bij B een groter bedrag krijgen. Maar in situatie B wordt het plezier over het ontvangen van € 150 overschaduwd door de spijt dat jij niet iets eerder van huis bent gegaan. Spijtaversie wordt, naast verliesaversie, gebruikt om te verklaren waarom verliezende aandelen te lang worden vastgehouden. Een mens is moeilijk in staat om een besluit te nemen waar hij misschien spijt van krijgt. Het vooruitzicht van de spijt als de koersen toch weer gaan stijgen weerhoudt hem van een tijdige verkoop.

Mentaal boekhouden:
een voorbeeld hiervan is dat mensen hun inkomen verdelen in budgetten. Het is aangetoond dat diegenen die meer te besteden hebben minder letten op hun uitgavenpatroon, dan zij die minder inkomen en vermogen hebben. Het fenomeen van mentaal boekhouden verklaart ook het verschijnsel dat dezelfde mensen zowel een lot in de loterij kopen, als een verzekering afsluiten. Zij zoeken dus enerzijds risico maar dekken zich anderzijds tegen risico in.

Zelfoverschatting:
de meeste mensen blijken de neiging te hebben om zichzelf te overschatten. Doorgaans vindt de meerderheid zich beter dan het gemiddelde. Zelfoverschatting leidt tot meer psychologische fouten. Mensen overschatten het overzicht op hun uitgaven, ze overschatten hoeveel ze nog kunnen uitgeven. Ze overschatten het gemak waarmee ze een lening later kunnen terugbetalen. Ze overschatten de juistheid van hun voorspellingen en het vermogen om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld hiervan is dat sommigen klanten denken geen advies of ondersteuning nodig te hebben, zij denken het zelf beter te kunnen dan de rest.

Waarom kijken velen van ons eigenlijk naar zichzelf door een roze bril?
Het antwoord is eenvoudig: omdat het functioneel is en het de betreffende persoon een gelukkiger mens maakt. Zelfoverschatting is een positieve illusie die helpt om het ego te beschermen.

Een CFP-professional beschermt jou zo goed als mogelijk tegen zelfoverschatting en andere financiële vooroordelen. Dit is mogelijk doordat deze adviseur jou directe feedback geeft. Hoe meer directe feedback een adviseur aan jou geeft, hoe beter jij jouw eigen kwaliteiten kan inschatten. Ken jezelf, zeiden de oude Grieken al. Dit alles leidt uiteindelijk tot een beter persoonlijk financieel advies.

Wil jij ook jouw financiële keuzes verbeteren en de psychologie van geld in jouw voordeel laten werken, in plaats van in je nadeel? Neem dan contact op met een CFP-professional.

De berichten over stijgende inflatie vliegen ons om de oren. Is het 5%? Is het 7%? Is het 20%? En wat is eigenlijk inflatie? En heb je er last van, of niet? Inflatie is, simpel gezegd, dat je geld minder waard wordt. Als de inflatie 1% per jaar bedraagt, moet je over een jaar € 1,01 betalen voor wat nu € 1,00 kost. Je kunt dus voor die ene euro niet meer alles kopen wat je gewend was: je hebt bij 1% inflatie per euro nog maar € 0,99 te besteden. Dat is op zich niet zo gek.

Wanneer spreken we van inflatie?
We kennen al heel lang een beetje inflatie. In de hele twintigste eeuw was de inflatie gemiddeld 3,2% per jaar. Dat was geen vlakke lijn. Er waren uitschieters, zowel naar boven als naar beneden. Ruim honderd jaar geleden was de topper: de inflatie bedroeg in 1918 maar liefst 19,2%. Je had toen enorme voedsel- en woningtekorten. Drie jaar later, in 1921, daalden de prijzen enorm, met 13,4%. Toen had je dus een zware negatieve inflatie. Vaak zie je uitschieters naar boven of beneden bij extreme omstandigheden: de twee wereldoorlogen, maar ook de oliecrisis in de vorige eeuw waren belangrijke aanjagers voor de inflatie.

En, hoe zit dat nu dan? Hebben we nu met extremen te maken? Het korte antwoord is: ja. We hebben met een crisis te maken waarvoor zoveel geld is gecreëerd waar geen echte bedrijvigheid tegenover staat, dat het geld wel minder waard moet worden. Al met al is er zo’n € 65 miljard uitgegeven door de Nederlandse overheid over de periode 2020-2022 aan enige vorm van coronasteun. En dat is geld dat er daarvoor niet was. Het is ‘uit het niets’ geschapen. Er staat geen enkele dekking tegenover in de vorm van goud of bedrijvigheid of nog iets anders van waarde. En dan trekken we de parallel met honderd jaar geleden. Is er nu voedselschaarste in Nederland? Nee. Is er sprake van een woningtekort? Ja. Zien we gekke ontwikkelingen bij huizen? Eh ja, er wordt nu vaak bij koopwoningen ruim boven de vraagprijs geboden….dat wijst op enorme schaarste. Maar het wijst ook op de aanwezigheid van geld, ofwel contant of in de vorm van een hypotheek. Is er nog iets anders schaars? Jazeker, er is een tekort aan personeel. En we weten het, als er ergens een tekort is, dan gaan de prijzen omhoog. Looneisen zijn dan ook fors. En wie meer verdient kan weer meer betalen, dus kan bijvoorbeeld meer bieden dan de vraagprijs voor een volgende woning.

Hoe kun je als consument goed omgaan met de inflatie?
Allereerst is het belangrijk te weten dat ‘de inflatie’ eigenlijk niet bestaat. Wel prijsstijgingen. Maar je eigen persoonlijke last van de inflatie heb je bij je bestedingen. Dat energie nu fors duurder is, raakt je in je portemonnee. Dat huizenprijzen stijgen, kan vervelend voor je uitpakken als je een huis wilt kopen. Maar is weer voordelig als je een huis verkoopt. Als je nu meer gaat verdienen, maar de prijzen van je boodschappen stijgen net zo hard, dan schiet je er niet zoveel mee op. Dus, belangrijk, maak eens een lijstje van tien dingen die je koopt, schrijf de prijs op en doe dat over drie maanden nog eens. Doe daar bijvoorbeeld je wekelijkse boodschappen als één bedrag tussen, je tankbeurt van de auto, de kapper, uitgaven die voor jou als consument belangrijk zijn. Herhaal dat een paar keer, zodat je vier kwartalen hebt met het effect op jouw uitgaven. Zet daarbij je netto salaris van januari 2022 tegenover dat van januari 2023, dus volgend jaar. Dan weet je of je er netto op voor- of achteruit bent gegaan.

Wat heb je aan al deze kennis?
Het geeft je inzicht in of je overhoudt of tekort komt, maar geeft bovendien een aardige start van een financieel plan. Een gecertificeerd financieel planner kan vervolgens met je aan het werk om grip te krijgen op je toekomst. En uitrekenen wat slim is om te doen om de inflatie, jouw persoonlijke inflatie, vóór te blijven.

Wat gaat 2022 ons brengen? Waar gaan we met zijn allen in economisch en financieel opzicht wat van merken? En hoe kunnen we daarin de beste route kiezen?

Alles hangt natuurlijk nauw samen met je persoonlijke financiële situatie, maar iets wat ons allemaal raakt is de inflatie. Voor iedere euro kun je steeds minder besteden. Zagen we met Kerst al dat we voor veel producten meer moesten betalen dan Kerst een jaar geleden, die trend lijkt breed te zijn ingezet. Eind vorig jaar hoorden we percentages van wel meer dan 5%. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verwacht dat de inflatie begin dit jaar zal pieken en dan zal afnemen tot rond de 3% begin volgend jaar. Daarmee zitten we op een gemiddelde dat we heel lang niet hebben gekend. Wat betekent zoiets nou? Dat betekent bijvoorbeeld dat als dit de komende twintig jaar zo zou zijn, je € 1,80 nodig hebt voor je uitgaven waar dit nu nog € 1,00 is. Alles is dan bijna twee keer zo duur. Bedenk maar eens wat dat voor gevolg heeft voor je pensioenopbouw. Als je verwacht dat je € 25.000 aan pensioen opbouwt, heb je in zo’n geval bijna € 50.000 nodig. In het nieuwe pensioenstelsel kunnen we zelf ook wat meer de regie voeren en werken aan het bijhouden van de inflatie. Een uitgelezen taak voor een gecertificeerd financieel planner.

Woningmarkt

In het regeerakkoord van Rutte IV vinden we ook twee voornemens die ons de oren moeten doen spitsen: er moeten jaarlijks minimaal 100.000 nieuwe woningen komen, waarvan twee derde onder de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie. Die moeten dus goedkoper worden dan € 355.000. Wat betekent dit voor starters? Kunnen ze dan ineens wel een huis kopen? Of, wat betekent dit voor de huizenprijzen? Gaan die minder snel stijgen dan het afgelopen jaar? Wordt de schaarste echt doorbroken of is het slechts symptoombestrijding? Als je starter bent op de  woningmarkt zal je creatief moeten zijn en als je al een eigen woning hebt ook trouwens. Misschien is het wel het moment om wat geld te gaan verzilveren voor je (toekomstige) levensonderhoud. Ook daar kan bijvoorbeeld de mogelijkheid van 10% afkoop van je pensioen een rol spelen. Creatief oplossingen bedenken om ergens te gaan wonen of te blijven wonen. Ook een taak voor een gecertificeerd financieel planner.

Arbeidsmarkt

En dan de arbeidsmarkt. We hebben erg veel zzp’ers. Voor zelfstandigen moet er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komen. Dat maakt enerzijds de bescherming van zzp’ers tegen het wegvallen van inkomen bij ziekte tot een realiteit, anderzijds betekent dit ook wat voor het kostenplaatje. De gemiddelde zzp’er verdient nu eenmaal niet zo veel, dus: wordt de last niet te zwaar? Hoe kun je straks je bedrijfsvoering en je privésituatie weer in balans brengen, zodat je ook nog wat winst overhoudt voor wanneer je niet ziek bent.

Op koers blijven en je doelen bereiken…

We zien het, 2022 heeft erg veel in petto voor ons. Hoe zeilen we op een behendige manier langs alle obstakels en zorgen we voor genoeg wind in de zeilen, om op koers te blijven en ons doel te bereiken? Dan is een financiële loods een welkome gast aan boord. Een gecertificeerd financieel planner dus.

Uit een recent onderzoek, dat door Erasmus Universiteit Rotterdam is gepubliceerd, blijkt dat financiële planning een sterk positief effect kan hebben op de geluksbeleving van consumenten. 

In hoeverre mensen zich gelukkig voelen, is afhankelijk van veel factoren, waarvan financieel welzijn een belangrijke is. Financieel welzijn (welbevinden) geeft aan in hoeverre iemand:

  • tevreden is met zijn of haar financiële middelen.
  • toekomstige financiële zekerheid ervaart.
  • geen financiële stress van zijn huidige financiële situatie ondervindt.

Betere beslissingen

Door het financieel welzijn te laten toenemen kunnen financieel planners een belangrijke rol spelen bij een groter geluksgevoel van hun klanten. Ook bij sec financieel (product)advies kan dit effect optreden. De meerwaarde van financiële planning is dat financieel planners zich richten op het bereiken van financiële doelen en op het vergroten van de financiële kennis van hun cliënten. Dit heeft een positief effect op het gedrag van de consument op financieel vlak, Huishoudens die gebruik maken van financieel planners nemen (mede als gevolg hiervan) betere financiële beslissingen dan huishoudens die gebruik maken van adviseurs die zich alleen richten op productadvies.

Minder stress, meer geluk

Een andere conclusie uit het onderzoek, is dat financieel planners ook onzekerheid en stress bij de consument reduceren en financieel inzicht en daarmee (financiële) rust bijbrengen! Door cliënten duidelijk te maken hoe hun gehele financiële situatie in elkaar zit, krijgen zij meer het gevoel controle te hebben over hun financiën en voelen zij zich gelukkiger.

Wil jij eens laten bekijken of dat jij jouw financieel welzijn ook kunt laten toenemen, neem dan eens contact op met een financieel planner.

Gemiddeld scheiden jaarlijks tussen de 30.000 en 35.000 stellen. Daarnaast gaan in diezelfde periode zo’n 60.000 samenwoners uit elkaar. Een echtscheiding brengt het huwelijk terug tot een zakelijke transactie. In plaats van een gezamenlijke toekomst heb je nu weer ieder een eigen doel, ook financieel. Dat levert nieuwe kansen op, maar kan tussen jou en je partner ook voor grote ruzies zorgen. Zeker als jullie samen het eigendom van een huis delen en samen kinderen hebben.

Verdelen van bezit en schuld
Door een scheiding wordt een huishouden in twee delen opgeknipt. Ben je getrouwd, dan bepalen de afspraken die je maakte rond jullie ja-woord de verhoudingen. Ben je in gemeenschap van goederen getrouwd, dan worden het vermogen en de schulden fiftyfifty verdeeld. Ook de eventuele woning die jullie samen hebben gekocht plus de hypotheekschuld. De woning kan in beginsel volledig aan een van beide worden toebedeeld zonder heffing van overdrachtsbelasting wanneer de woning gezamenlijk eigendom is. Ben je op huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan bepalen die afspraken de verdeling van jullie bezittingen. Je kunt hierover echter andere afspraken laten vastleggen in het echtscheidingsconvenant.

Echtscheidingsconvenant
Het echtscheidingsconvenant is de overeenkomst waarin je de gevolgen van je echtscheiding regelt. In het convenant kunnen jullie afspraken maken over de procedure voor de beëindiging van jullie huwelijk en een regeling voor de financiële afwikkeling. Ook een alimentatieregeling en een afwijkende verdeling van bijvoorbeeld het pensioen en de gezamenlijke bezittingen en schulden kunnen hierin worden opgenomen. In het convenant kunnen jullie ook het ouderschapsplan opnemen, waarin een regeling rondom de kinderen is getroffen.

Inkomen na de scheiding
Mogelijk heb je na de scheiding recht op alimentatie, misschien moet jij alimentatie aan je ex-partner betalen. Bij het bepalen hiervan wordt gekeken naar de financiële situatie op het moment van echtscheiding. Op basis daarvan wordt de draagkracht van de alimentatie-betalende partner bepaald. Hebben jullie kinderen, dan wordt de draagkracht eerst gebruikt voor de betaling van de kinderalimentatie. Een eventueel overschot is beschikbaar voor de eventueel verschuldigde partneralimentatie. Afspraken over dat laatste worden vastgelegd in het echtscheidingsconvenant. Daarin zijn ook alternatieve afspraken mogelijk. Zo kan een van de partners in plaats van alimentatie in de gezamenlijke woning blijven wonen. De aan de ex-partner betaalde alimentatie is fiscaal aftrekbaar, kinderalimentatie niet.

Verdelen eigen woning
De gezamenlijke woning is bij een scheiding nogal eens een struikelblok. Misschien wil jij de woning snel verkopen, maar wil je partner in de woning blijven wonen. Is de woning gemeenschappelijk bezit, dan moeten beide partners toestemming geven voor verkoop. Wil een van de partners de woning behouden, dan kan dit alleen als deze de hypotheeklening volledig overneemt en moet de ex-partner bij een overwaarde worden uitgekocht. Dit kan door het inbrengen van eigen geld, of door een hypotheek. Hiervoor sluit je een tweede of een geheel nieuwe hypotheek af. De partner die de woning wil overnemen, moet bij het verhogen van de hypotheek aan de huidige hypotheekregels voldoen.

Lukt het niet om de schuld van je partner over te nemen? Kijk ook naar creatieve oplossingen om de woning te behouden. Een verdeling op maat tussen partners kan ervoor zorgen dat jij of je partner het huis kan behouden, als je dat wilt. Ook kan een schenking of een tijdelijke lening van ouders het uitkopen van je ex-partner alsnog mogelijk maken. Verder kunnen huiseigenaren die een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) hebben afgesloten, gebruikmaken van een speciale regeling bij scheiding.

In het jaar van scheiding eindigt jullie fiscale partnerschap. Wel kunnen jullie dan nog de gemeenschappelijke bestanddelen, zoals het inkomen uit eigen woning, vrij aan elkaar toerekenen. Hierdoor kunnen jullie in dat jaar fiscaal nog wel zo voordelig mogelijk gebruikmaken van de hypotheekrenteaftrek.

Ontslag hoofdelijkheid aansprakelijkheid hypotheek
Als een van de partners in de woning blijft wonen, zal deze normaliter de hypothecaire lening overnemen. De ander zal dan willen worden ontslagen van wat de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt genoemd. Bij het afsluiten van jullie hypotheek in het verleden, heeft de geldverstrekker jullie ieder hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het betalen van de maandelijkse hypotheeklasten. Als jullie de woning bij een scheiding verdelen, zal je van deze hoofdelijke aansprakelijkheid af willen.

Goed om rekening mee te houden is dat het proces om de hoofdelijke aansprakelijkheid op te heffen even kan duren. Zeker als je uit de woning vertrekt en op termijn een andere woning wilt gaan kopen. Zolang je nog hoofdelijk aansprakelijk bent voor de ‘oude’ lening, kun je meestal geen nieuwe lening aangaan. Houd ook rekening met de kosten van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Verdeling van pensioen en lijfrenten
Pensioen en lijfrenten zijn meestal niet iets waar je aan denkt bij een scheiding. Toch is het zaak dit goed te regelen. De omvang van de gezamenlijke pensioenpot kan immers enkele tonnen bedragen. Regel je niets dan moet je bij pensionering mogelijk achter je geld aan en heb je kans op een karig pensioen. Vaak zullen de wettelijke regels van de zogeheten pensioenverevening worden gevolgd. Die komen erop neer dat de wet bepaalt dat het, tijdens het huwelijk opgebouwde, pensioen moet worden verdeeld. Ex-echtgenoten kunnen in plaats van de huwelijksperiode een andere periode als grondslag voor de verdeling kiezen. Zo zou je de periode van samenwoning voor het huwelijk mee kunnen laten tellen.

Als jullie in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en een van beide (of beiden) heeft een lijfrenteverzekering afgesloten, dan zal deze verzekering – uitzonderingen daargelaten – in de gemeenschap van goederen vallen. Deze gemeenschap, waaronder de lijfrentepolis, zal verdeeld moeten worden. Dit betekent noodgedwongen een (gedeeltelijke) overdracht van de lijfrente. Dit leidt normaliter op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 tot belastingheffing. Omdat het oogmerk bij echtscheiding niet het behalen van een fiscaal voordeel zal zijn, zijn geen fiscale gevolgen verbonden aan een verdeling in het kader van echtscheiding. Een dergelijke overdracht kan dus zonder belastingheffing plaatsvinden. Het moet dan wel gaan om een verdeling: het in tweeën delen van een verzekering, waarbij geen contanten vrijkomen. Dat is onder andere mogelijk door de twee delen voortaan op aparte polissen te administreren.

Testament aanpassen
Tussen het moment waarop een huwelijk duurzaam is verstoord en de echtscheiding kan een lange periode liggen. Is er ondertussen niets geregeld, dan kunnen jij en je bijna-ex-partner nog steeds van elkaar erven als een van jullie gedurende deze periode overlijdt. Dat is meestal niet de bedoeling. Pas daarom zo nodig het testament aan. In moderne testamenten wordt veelal opgenomen dat een beschikking ten gunste van een partner niet geldig is als de duurzame samenleving op het moment van overlijden is beëindigd.

Wil jij ook een goede afwikkeling van je echtscheiding? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Uit onderzoek blijkt dat mensen over gezondere financiën beschikken na een crisis als zij beschikken over een financieel plan. Financiële planning laat zich gemakkelijk samenvatten als rust in je hoofd over je financiën, zowel in goede als slechte tijden. Maar ook: het werken aan je wensen en doelen op de korte en langere termijn. Om dit te bereiken, bij deze vijf tips van een gecertificeerd financieel planner.

1. Financieel inzicht en overzicht.
Zorg dat je beschikt over financieel inzicht en overzicht. Hiermee heb je namelijk alle inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden plus alle financiële producten die je in het verleden hebt afgesloten in beeld. Denk hierbij aan je hypotheek, verzekeringen en pensioenproducten. De ervaring leert dat je vaak de helft van de papieren kunt weggooien. Voor velen betekent dit direct een eind aan die stoffige schoenendozen en mappen.

Goed is om je te realiseren dat je zonder financieel inzicht en overzicht niet in staat bent om je financiën goed te regelen, laat staan dat je deze kunt afstemmen op je wensen en doelen op de korte-, middellange- en lange termijn.

2. Financiële buffer
Zorg dat je beschikt over een gezonde financiële buffer. Hoe groot een dergelijke buffer moet zijn hangt af van jouw persoonlijke situatie. De vuistregel is dat een gezonde financiële buffer minimaal gelijk is aan drie netto maandsalarissen. Deze buffer is om onverwachte kosten op te vangen, zoals een kapotte auto, wasmachine of andere calamiteiten. Zo voorkom je bovendien dat als het even tegenzit, je geld moet lenen of dat je geld moet gebruiken dat bestemd is om je doelen te bereiken, zoals bijvoorbeeld op termijn minder gaan werken.

Een financiële buffer kun je opbouwen door bijvoorbeeld 10% van je netto-inkomen automatisch te laten overboeken naar een aparte rekening. De ervaring leert dat de meeste mensen prima kunnen rondkomen van 90% van hun netto-inkomen en de 10% niet of nauwelijks missen. Ondernemers kunnen eraan denken om hun uurtarief iets te verhogen om zo de genoemde 10% te financieren.

3. Gezonde financiële positie
Zorg dat je beschikt over een gezonde financiële positie. Om dit te bereiken zal je per maand minder moeten uitgeven dan er maandelijks aan geld binnenkomt. Ook doe je er verstandig aan om niet rood te staan en geen consumptieve kredieten of andere financiële leningen af te sluiten. Beschik je wel over dergelijke kredieten, dan doe je er goed aan om deze zo snel mogelijk af te lossen, dan wel te kijken of je kunt besparen op deze leningen door bijvoorbeeld een lagere rente.

4. Financieel vooruitkijken
Zorg dat je je wensen, doelen en dromen voor nu en de toekomst kent en stem je financiën hier dan ook op af. Daarnaast bekijk je een aantal keren per jaar of je nog op koers ligt om de voor jou belangrijke doelen te realiseren. Voortaan neem je dan financiële beslissingen welke bijdragen aan een gezonde financiële positie en het bereiken van je doelen.

5. Passende financiële producten
Je beschikt over producten die passen bij je wensen, doelen en dromen, je financiële positie, ervaring en je risicobereidheid. Mogelijk kun je ook geld besparen op je huidige financiële producten of hier meer rendement uit halen. Denk hierbij aan het omzetten van je hypotheek en verzekeringen en door naast je spaarrekening ook een beleggingsrekening te openen.

Het voordeel van een gezonde financiële situatie is dat je niet meer wakker hoeft te liggen van je financiën. Dit zorgt namelijk voor stress en kan leiden tot gezondheidsklachten met alle gevolgen van dien. Verder hoef je door gezonde financiën niet langer bang te zijn dat je nu of in de toekomst onvoldoende geld hebt om in je levensonderhoud te voorzien. Bovendien weet je dat je goed verzekerd bent tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid, ontslag, echtscheiding, overlijden of een financiële crisis.

Wil jij ook goed financieel voorbereid zijn op de toekomst? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Eén van de onderdelen van estate planning is het levenstestament. Een belangrijk vraagstuk hierbij is wie de volmacht krijgt en wanneer de volmacht ingaat. In dit artikel gaan we hier nader op in en bespreken we een casus waarbij het levenstestament onbedoeld buiten spel werd gezet.

Iemand die niet langer in staat is om zijn/haar financiële belangen te behartigen, wordt zonder levenstestament onder bewind gesteld. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij iemand door een ongeval of ziekte (zoals dementie) niet langer in staat is om financiële beslissingen te nemen. Een onderbewindstelling levert voor de partner en/of kinderen een hoop gedoe op. Zo mogen bijvoorbeeld betalingen groter dan € 1.500 alleen gedaan worden na toestemming van een kantonrechter. Bij een onderbewindstelling moet je jaarlijks rekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter over de financiële zaken. Dit kun je voorkomen door het opstellen van een levenstestament.

(Opvolgend) gevolmachtigde
In het levenstestament benoemt de klant een gevolmachtigde die – in vooraf afgesproken situaties – namens hem/haar mag handelen. Bij gehuwden is dat meestal de echtgenoot. Ook benoemt de klant een opvolgend gevolmachtigde. Want in de situatie dat zowel de klant als de gevolmachtigde beiden niet meer kunnen beslissen over financiële zaken, moet iemand anders dit doen. Het ligt voor de hand om voor de opvolgend gevolmachtigde aan eventuele kinderen te denken.

Ingang volmacht
Je kunt ervoor kiezen om de machtiging pas in te laten gaan nadat een onafhankelijke arts heeft verklaard dat je niet meer in staat bent om te beslissen. Een andere optie is om een machtiging (voor bijvoorbeeld de partner) direct in te laten gaan. Kies je voor dit laatste en beslaat de volmacht ook de vervreemding van onroerend goed? Dan kan de gevolmachtigde partner bijvoorbeeld de eigen woning direct verkopen zonder dat beide partners hiervoor hoeven te tekenen.

Levenstestament onbedoeld buiten spel gezet
Heeft iemand meerdere kinderen? Dan is de vraag wie van de kinderen hij/zij opvolgend gevolmachtigde maakt. In een recente casus die aan het Hof ’s-Hertogenbosch is voorgelegd, had het echtpaar vier kinderen. In haar levenstestament gaf mevrouw haar echtgenoot een volmacht en opvolgend haar vier kinderen gezamenlijk. De echtgenoot van mevrouw is inmiddels overleden. Mevrouw is niet langer in staat om haar financiële belangen te behartigen.

Volgens het levenstestament moeten de vier kinderen van mevrouw haar financiële belangen gezamenlijk regelen. De relatie tussen de kinderen is echter ernstig verstoord waardoor één van de kinderen volledig buiten alle handelingen wordt gehouden. Het is nu aan het Hof om te beslissen of het levenstestament moet worden uitgevoerd of dat er een bewind moet worden ingesteld.

De ernstig verstoorde familieverhouding en het onderlinge wantrouwen tussen de kinderen maakten dat het levenstestament in de praktijk niet uitvoerbaar bleek. De vier kinderen zijn namelijk uitsluitend gezamenlijk bevoegd om de financiële belangen van mevrouw waar te nemen. Door de verstoorde verhouding konden de voor mevrouw van belang zijnde beslissingen nauwelijks genomen worden. Het Hof is dan ook van oordeel dat het levenstestament de vermogensrechtelijke belangen van mevrouw onvoldoende waarborgt. De instelling van een bewind over goederen die aan haar toebehoren was daarom noodzakelijk. Omdat de kinderen het over de benoeming van de bewindvoerder ook niet eens konden worden, besloot het Hof zelf een bewindvoerder te benoemen.

Je ziet in deze casus dat de praktijk weerbarstig kan zijn. Mevrouw was in de veronderstelling haar zaken goed geregeld te hebben. Maar het feit dat haar vier kinderen gezamenlijk de beslissingen moesten nemen bleek een brug te ver. Het kan veel rust geven om dit soort zaken voor jezelf en je omgeving goed geregeld te hebben en ook periodiek nog eens te laten checken. Een gecertificeerd financieel planner kan je helpen om alles goed door te nemen en te laten vastleggen.