Toeslagen spelen een grote rol in vele huishoudens. Met de start van dit nieuwe jaar zijn er een aantal wijzigingen die van betekenis kunnen zijn. De veranderingen zijn bedoeld om toeslagen toegankelijker te maken en beter aan te laten sluiten bij de woon- en inkomenssituatie. Hieronder een kort overzicht:

Huurtoeslag: meer mensen krijgen recht
Een van de grootste wijzigingen betreft de huurtoeslag. De maximale huurgrens, waarmee je in aanmerking kunt komen voor huurtoeslag, vervalt. Dit betekent dat je ook bij een hogere huur mogelijk toeslag kunt ontvangen, als je inkomen en vermogen aan de voorwaarden voldoen. Mensen die voorheen geen recht hadden vanwege een te hoge huur, zouden vanaf nu toch huurtoeslag kunnen ontvangen.

Voor de scheidingspraktijk betekent dit dat alimentatieberekeningen, die met de hoge huur zijn berekend, waarschijnlijk niet meer kloppen. Het ontvangen van huurtoeslag kan de draagkracht voor alimentatie verhogen. Betaal je alimentatie en ga je nu wel huurtoeslag ontvangen, laat dan een nieuwe berekening maken.

Kinderopvangtoeslag: hogere vergoeding
Voor werkende ouders stijgt in 2026 het vergoedingspercentage van de kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat de netto kosten van kinderopvang daalt.

Kindgebonden budget: meer ondersteuning voor lage inkomens.

Het kindgebonden budget, een bijdrage in de kosten voor kinderen tot 18 jaar, gaat voor bepaalde groepen omhoog.

LET OP: Al vanaf 1 januari 2025 ben je niet langer toeslagpartner voor de meeste toeslagen, als je als (volwassen) kind samenwoont met een ouder. Het inkomen en vermogen worden niet meer meegeteld bij de berekening van zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Voor huurtoeslag blijven (volwassen) kinderen echter wel als medebewoner meetellen.

Zorgtoeslag: gemengde effecten
Bij de zorgtoeslag zijn de inkomens- en vermogensgrenzen verruimd, waardoor meer mensen in aanmerking kunnen komen of langer recht behouden.

Kortom
De toeslagen per 2026 krijgen een aantal noemenswaardige financiële wijzigingen. De huurtoeslag wordt toegankelijker, de kinderopvangtoeslag wordt gunstiger voor werkende ouders, en het kindgebonden budget kan meer steun bieden aan lagere inkomens. De zorgtoeslag blijft grotendeels gelijk in maximale hoogte, maar bereikt door verruimde grenzen een bredere groep.

Wil je weten wat deze veranderingen concreet voor jouw situatie betekenen? Dan is het verstandig om een proefberekening te maken via Mijn Toeslagen of contact op te nemen met een Gecertificeerd Financieel Planner!

Goed nieuws voor spaarders en beleggers: de eerder aangekondigde belastingverhoging in box 3 wordt verzacht. De Tweede Kamer heeft eind november 2025 besloten dat het forfaitaire rendement op beleggingen in 2026 lager wordt dan gepland. Ook gaat het heffingsvrije vermogen niet omlaag, maar juist iets omhoog. Toch blijft het belangrijk om grip te houden op je vermogen, vooral als je belegt.

Meer belasting over hetzelfde geld
Wie spaart of belegt, betaalt belasting over het rendement van het vermogen in box 3. Dit moet worden betaalt als het vermogen meer bedraagt dan de vrijstelling.
De Belastingdienst rekent hierbij met een geschat rendement: het forfaitair rendement. Eerder was aangekondigd dat dit percentage voor overige bezittingen (zoals beleggingen en vastgoed) zou stijgen van 5,88% in 2025 naar 7,78% in 2026. Die stijging gaat niet door. In plaats daarvan wordt het forfait in 2026 vastgesteld op 6%.

Het rendement voor spaargeld en schulden wordt pas ná afloop van 2026 definitief vastgesteld. De voorlopige cijfers blijven hetzelfde als in 2025 te weten 1,44% voor spaargeld en 2,62% voor schulden.

Ook het heffingsvrije vermogen wordt niet verlaagd zoals eerst gepland, maar stijgt juist: in 2026 is dat €59.357 per persoon (of €118.714 voor fiscale partners). Hierdoor betaal je pas belasting vanaf een hoger vermogen.

Tegenbewijsregeling: bewijs leveren loont
Sinds deze zomer kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. Deze regeling geeft je de mogelijkheid om aan de Belastingdienst te laten zien dat je minder rendement hebt behaald dan het fictieve rendement dat zij berekenen. Lukt het je om dat goed te onderbouwen, dan betaal je alleen belasting over de winst die je écht hebt gemaakt.

Dat kan flink schelen, zeker in jaren waarin de beurs tegenvalt of je spaargeld weinig oplevert.
Wel vraagt het wat inspanning: je moet kunnen aantonen wat je precies hebt verdiend en welke kosten je hebt gemaakt. Denk aan rente, dividend, koersresultaten en beheerkosten. Voor wie zijn administratie goed bijhoudt, kan dit een waardevolle manier zijn om de belastingdruk te verlagen.

De regeling geldt in elk geval nog tot en met 2027. Daarna wordt naar verwachting het nieuwe box-3-stelsel ingevoerd, waarbij het werkelijke rendement de basis wordt.

Vermogen buiten box 3 houden
Heb je het geld voorlopig niet nodig? Dan kan pensioenbeleggen of pensioensparen een aantrekkelijk alternatief zijn. Je bouwt vermogen op voor later, op een rekening die buiten box 3 valt. Je betaalt er dus geen vermogensbelasting over.

Daarnaast mag je de inleg aftrekken van je inkomen in box 1, wat direct een belastingvoordeel oplevert. Omdat je belastbare inkomen lager wordt, kan dit bovendien gunstig uitpakken voor toeslagen, zoals de zorgtoeslag of het kindgebonden budget.

Pensioenbeleggen biedt fiscale voordelen, maar het geld zit wel vast. Je kunt het dus niet gebruiken als je het tussentijds nodig hebt.
Ook wordt het opgebouwde kapitaal later alsnog belast als inkomen, al is dat vaak tegen een lager tarief. Dit is niet onbeperkt, je kunt alleen gebruik maken van dit voordeel als je nog jaarruimte of reserveringsruimte hebt voor extra pensioenopbouw.

Wat is wijs?
De belasting op vermogen stijgt, maar er zijn wél keuzes te maken.
Wie tijdig handelt, kan tijdelijk profiteren van de tegenbewijsregeling of op langere termijn voordeel halen uit pensioenbeleggen. Wat voor jou het beste werkt, hangt af van je persoonlijke situatie, doelen en financiële ruimte.

Wat in elk geval verstandig is: begin met een goede administratie van je vermogen. Als je weet wat je écht verdient en welke kosten je maakt, kun je makkelijker aantonen dat je minder rendement hebt behaald dan de Belastingdienst verwacht. Bovendien helpt het om bewustere keuzes te maken over sparen, beleggen of pensioenopbouw.

Een gecertificeerd financieel planner kan helpen om die inzichten te vertalen naar een concreet plan. Wat voor jou het beste werkt, kan een financieel planner doorrekenen én adviseren, zodat jij ook in 2026 grip houdt op je vermogen, in plaats van dat de Belastingdienst het voor je bepaalt.

Resultaten uit het verleden…

Als je Googelt op “box 3 belasting” krijg je in 0,19 seconden ongeveer 3.730.000 resultaten. Met stip op de eerste plaats staat de Rijksoverheid. Makkelijker kunnen we het niet maken. Maar waar gaan die andere (ongeveer) 3.729.999 resultaten over?

Dat zit zo: we schaffen de oude berekening af en we hebben een nieuwe berekening bedacht. Waarom? Omdat in 2021 de rechter stelde dat de oude berekening niet voor iedereen eerlijk is. Vanaf 2028 starten we daarom met een nieuwe manier van berekenen die wel weer eerlijk is voor iedereen.

We schaffen de oude vermogensrendementsheffing af (4% verondersteld rendement x 30% belasting) en vanaf 2028 wordt het werkelijke rendement belast tegen 36%. De overheid schrijft dat ‘sommige burgers zullen er met dit voorstel op vooruitgaan; anderen op achteruit. Per saldo is het voorstel budgetneutraal’.

Ik hoor je al vragen: “mooi, maar wat betekent het voor mij?” en “wat gebeurt er in de tussentijd”? Nou, tot 2028 geldt de oude berekening. Je mag bezwaar maken als de oude regel voor jou niet eerlijk uitpakt.

Terug naar de andere (ongeveer) 3.729.999 resultaten: daarvan gaan er ongeveer 17.700 over deze tegenbewijsregeling.

Wil de echte Agatha Christie opstaan?
Liefhebbers van detectives schuiven naar het puntje van hun stoel. Ze mogen tegenbewijs gaan leveren! Helaas, leun maar weer wat achterover. Pas ‘vanaf zomer 2025’ heeft de belastingdienst het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ klaar. Dan kun je pas starten met je officiële onderzoek of tegenbewijs voordeliger is. Je kunt je al wel voorbereiden door alle gegevens op te zoeken, per belastingjaar. Succes!

Of het voor jou straks zin heeft om bezwaar te maken, kun je alvast berekenen. Dit doe je door het berekende rendement en het werkelijke rendement met elkaar te vergelijken. Is het werkelijke rendement lager, dan heeft het zin om bezwaar te maken. Op de website van de overheid staan 3 rekenvoorbeelden die misschien lijken op jouw situatie. Als jouw situatie toch anders is, wil je mogelijk je tegenbewijs leveren.

Makkelijker maken we het niet
En dan loop je het doolhof in. De tegenbewijsregeling geldt bijvoorbeeld niet voor iedereen voor elk jaar. Vanaf belastingjaar 2021 mag iedereen er gebruik van maken. Maar voor de belastingjaren 2017-2020 alleen als je tijdig bezwaar hebt gemaakt en jouw aanslag nog niet definitief was. Wellicht beter om in de toekomst altijd bezwaar te maken?

Vervolgens verschillen de uitgangspunten voor de tegenbewijsregeling en de oude berekening. Paar voorbeelden:

  • Je hebt bij de oude berekening een heffingsvrij bedrag, bij het leveren van tegenbewijs niet.
  • Kosten zijn bij de oude berekening niet aftrekbaar en bij de tegenbewijsregeling alleen de rentekosten, boeterente dan weer niet.

En in de toekomst gaat er nog meer veranderen: als je een vakantiewoning hebt die je zelf gebruikt, is het rendement bij de tegenbewijsregeling tot 2025 onbelast. Vanaf 2026 wordt het eigen gebruik belast en is het rendement de economische huurwaarde, gesteld op 5,06% van de WOZ-waarde.

Wat doodlopende paadjes in het doolhof? Als ik mijn spaarrente na 1 januari heb ontvangen, bij welk belastingjaar hoort dat dan? Als ik geld heb uitgeleend tegen 6% rente en de marktrente stijgt, is de waarde van mijn vordering dan minder waard? En als ik in een jaar verlies hebt gemaakt, hoe verreken ik dat dan?

Staatssecretaris Van Oostenbruggen stelt hierover “…Duidelijk is dat de tegenbewijsregeling veel vraagt van zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst. We weten dat dit voor veel belastingplichtigen niet makkelijk gaat zijn, vooral omdat het formulier voor het eerst wordt gebruikt… Mensen die extra hulp nodig hebben bij het invullen van het formulier kunnen ook persoonlijke hulp krijgen van de Belastingdienst.”

Uitgang van het doolhof
Het formulier voor de tegenbewijsregeling komt deze zomer beschikbaar. Dus: zet de wekker op 21 juni om 04.42 uur. Dan start de astronomische zomer weer. Meevaller: dat is een zaterdag. Succes met het leveren van jouw tegenbewijs. Kom je er niet uit of twijfel je? Neem dan eens contact op met een financieel planner. Een planner geeft inzicht en helpt om de juiste keuzes te maken.

Een nieuw belastingjaar is van start gegaan. Uiteraard met de nodige veranderingen. Wat verandert er voor de particuliere belastingbetaler en wat zijn de veranderingen waarmee een ondernemer te maken krijgt? Gaan we erop vooruit of valt het tegen?

Inkomstenbelasting box 3 fors meer
De hele box 3 problematiek wordt in 2024 nog niet opgelost. Ook dit jaar hebben we te maken met een forfaitair systeem, wat betekent dat de belastingdienst voor verschillende vermogenscategorieën vaststelt welk rendement er moet worden opgegeven. Er zijn twee vermogenscategorieën, elk met een eigen ‘rendement’, te weten spaargeld, waarvoor aan rendement 1,03% moet worden gerekend en overige bezittingen waarvoor 6,04% geldt. Daar komt bij dat van schulden in box 3 ook niet de werkelijke rente meetelt. Daar wordt 2,7% als forfaitaire rente aangenomen.

Nieuw is dat twee vormen van vermogen ‘verhuizen’ van overige bezittingen naar spaargeld waardoor ze uiteindelijk lager belast zullen worden. Het gaat hierbij om het aandeel dat een woningeigenaar heeft in een Vereniging van Eigenaren en om het geld dat op een tussenrekening staat bij een notaris of deurwaarder. Daar geldt dus vanaf dit jaar het lagere spaartarief voor.

Overigens moeten we ons wel bedenken dat de meeste percentages ‘voorlopig’ zijn en pas in het eerste kwartaal van 2025 definitief worden. Alleen voor overige bezittingen staan ze vast. Dat is één kant van de medaille. Want nu moeten we nog weten welk belastingpercentage geldt. Daar is het één en ander over te doen geweest, maar uiteindelijk is dit uitgekomen op 36%. Dus, wie boven de vrijstelling een bedrag van € 100.000 aan spaargeld heeft, wordt geacht € 1.030 aan rente te hebben ontvangen en moet hierover € 370 belasting betalen (naar beneden afgerond want zo werkt het dan wel). Wie € 100.000 aan overige bezittingen heeft, komt heel wat zwaarder belast uit: € 6.040 aan rendement gerekend en € 2.174 aan belasting. Dat scheelt nogal. Al met al is de belastingdruk op overig vermogen fors toegenomen.

Inkomstenbelasting box 2 goedkoper voor kleine opbrengsten
Ook voor iemand met een BV verandert er nogal wat. De heffing in box 2 kent vanaf 2024 twee schijven. De eerste schijf loopt tot € 67.000 en betekent een belastingdruk van 24,5%, daarboven is de belastingheffing 33%. Vorig jaar was er nog één tarief van 26,9%. Voor kleine dividenden en verkoopopbrengsten van een BV is het daarmee gunstiger geworden, hogere opbrengsten dan €  67.000 worden zwaarder belast. Bij fiscale partners uiteraard het dubbele.

Vennootschapsbelasting
De Vennootschapsbelasting laat een rustig beeld zien. Ook hier zijn er twee schijven, tot € 200.000 is de belastingdruk 19%, daarboven 25,8%.

Zelfstandig ondernemer in de IB-sfeer
De zelfstandig ondernemer in de sfeer van de inkomstenbelasting krijgt steeds minder belastingaftrek. De zelfstandigenaftrek is per 1 januari verder ingekort, nu nog maar € 3.750 waarover geen belasting behoeft te worden betaald. De extra aftrek die een starter krijgt is al jaren hetzelfde. Dat geldt ook voor 2024: € 2.123.

Iets geheel anders is de mkb-winstvrijstelling, die gaat omlaag naar 13,31%. Oorspronkelijk zou dat zelfs naar 12,7% gaan, maar daar is een stokje voor gestoken. Hoe dan ook, het betekent wel een verslechtering ten opzichte van wat het was (14%). Ondernemers worden dus dit jaar zwaarder belast.

Lijfrente
In de sfeer van lijfrente is er veel veranderd. Qua inhaalaftrek, dus reparatie van vorige jaren, mag je nu tien jaar terug in de tijd om nog aftrek te genereren met een maximum van € 41.608. En qua hoogte van pensioenaanvulling in het lopende jaar is dat uitgebreid naar 30% van je pensioengevend inkomen en maximaal € 36.077.

Veranderingen in 2024
In 2024 gaat er veel veranderen op het gebied van belastingen en fiscaliteiten. Wil jij weten wat deze veranderingen voor jou betekenen als consument of als ondernemer? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner. Hij of zij kan jouw vragen beantwoorden en je duidelijkheid geven over jouw financiële situatie.

Met ingang van 2023 verandert er nogal wat voor ondernemers en spaarders. Bepaalde fiscale voordelen verdwijnen en voor spaarders wordt het extra opletten. Wat is er sinds 1 januari veranderd?

Veranderingen voor de spaarder
Sinds de uitspraak van de Hoge Raad dat de Nederlandse overheid anders moet omgaan met inkomen uit sparen en beleggen, ligt box 3 van de inkomstenbelasting onder vuur. Zo is er nu een herstelwet ingetreden die voor de jaren 2023 tot en met 2025 moet zorgen voor een soepele overgang naar een nieuw systeem, waar belasting wordt geheven op basis van werkelijke rendementen.

Zo ver is het nu nog niet. Dit jaar, 2023, wordt belasting geheven op grond van aangenomen rendementen*, dus nog steeds niet de echte rendementen. Maar, hoe doe je dat nu zo eerlijk mogelijk? Daar heeft de belastingdienst wat op bedacht: werken met drie verschillende categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. De hele commotie over box 3 is vooral ontstaan doordat er nauwelijks meer rente werd vergoed op spaarrekeningen en er desondanks wel behoorlijk wat belasting moest worden betaald. Dat verklaart waarom er een categorie ‘banktegoeden’ in het leven is geroepen, waarop heel weinig rendement wordt aangenomen.

Bij ‘overige bezittingen’ wordt gedacht aan effecten of vastgoed of andere vermogensbestanddelen die fors meer rendement kunnen opleveren dan een spaarrekening en daarom wordt het rendement hiervan op meer dan 5% gesteld voor 2023. Bij de categorie ‘banktegoeden’ ligt dat rendement net boven nul. Het is dus belastingtechnisch voordeliger om veel ‘banktegoeden’ te hebben en zo weinig mogelijk ‘overige bezittingen’. De peildatum is en blijft 1 januari en je zou als belastingplichtige kunnen bedenken om op 1 januari heel veel spaargeld te hebben en heel weinig effecten. Zo’n tijdelijk verschuiven tussen de categorieën gaat echter niet op.

Naast de twee ‘positieve’ categorieën, bezit, is er ook een negatieve categorie: schulden. De rente van schulden wordt ook nog niet berekend naar de werkelijke rente, ook hier doet de belastingdienst een aanname: 3,5%. En zo ontstaat er een mogelijke aftrekpost op schulden die maar deels een effect heeft. Want een overige bezitting van € 100.000 betekent meer dan 5% aan te nemen rendement en een schuld van € 100.000 betekent een aan te nemen rente van 3,5%, terwijl je misschien meer betaalt.

Let wel, het gaat hier niet om de hypotheek op je eigen woning, maar om andere schulden. Als je de ‘aangenomen’ opbrengsten van je bezit hebt opgeteld, trek je vervolgens de ‘aangenomen’ rente ervan af. Over dat saldo betaal je vervolgens de 32% inkomstenbelasting van box 3. En zo komt het stukje bij beetje dichter bij de werkelijke opbrengsten over het vermogen in deze overgangsfase.

Wat verandert er voor de ondernemer?
Voor de ondernemer verandert er ook het één en ander. Allereerst de zelfstandigenaftrek. Van de brutowinst mag de ondernemer die inkomstenbelasting betaalt (eenmanszaak of firmant in een vof) een bepaald bedrag aftrekken voordat hij belasting gaat betalen. In 2022 was dat nog € 6.310 waarover geen belasting betaald hoefde te worden. Nu, in 2023, is dat nog maar € 5.030 aan vrijgesteld bedrag. Ieder jaar wordt dat een beetje minder.
Nog een verandering voor de ondernemer: hij mag niet meer doteren aan de FOR, de Fiscale OudedagsReserve. Dit was een manier om nu wat belastingaftrek te krijgen en straks bij het staken van de onderneming die belasting in te halen. Dat inhalen kwam voor veel ondernemers vaak als een pijnlijke verrassing. Nu mag dat niet meer: je mag geen belastingaftrek meer krijgen om zo’n ‘schuld’ op te bouwen. Wil je wel nog wat extra belastingaftrek, dan kun je laten uitrekenen of het verstandig is om iets in de sfeer van een lijfrente te doen. Daarmee bouw je een eigen toekomstvoorziening op, een soort oudedagspensioen, en dat is nou juist wel weer handig.

Wat betekent dit nu allemaal?
De nieuwe belastingregels voor sparen en beleggen zijn best lastig. En als ondernemer betaal je straks meer belasting of je pakt je pensioenvoorziening slim aan! In alles geldt, raadpleeg een gecertificeerd financieel planner. Die helpt je met raad en daad door de belastingwirwar naar een zonniger toekomst.

*LET OP: In 2023 worden fictieve rendements- en schuldenpercentages gebruikt voor box 3 die dicht bij de werkelijkheid liggen.
Begin 2024 worden de definitief te hanteren percentages voor 2023 vastgesteld door de belastingdienst.

Vandaag op Prinsjesdag, de derde dinsdag in september, worden traditioneel de plannen van het kabinet bekendgemaakt. De hamvraag is: wat gaat de regering doen met onze koopkracht? Hoe houden we met zijn allen het hoofd boven water?

Er is een omvangrijk ‘pakket’ (zo heet dat in Haags jargon) aangekondigd om het verlies aan koopkracht op te vangen. Daarvoor wil het kabinet zo’n 18 miljard euro uittrekken. Er zijn allerlei knoppen waaraan de regering kan draaien. Er kan iets gedaan worden met belastingen voor burgers en bedrijven, je kunt iets doen in het sociale zekerheidsstelsel en er is ook nog zoiets als het geven van toeslagen. Of het matigen van prijzen voor energie.

Belasting gaat omhoog
Kijken we naar de belastingen dan valt op dat de regering de belasting voor bedrijven wil verhogen. Nu betalen bedrijven 15% vennootschapsbelasting in de laagste schijf, dat gaat naar 19%. Dat is een eerste inkomstenpost voor de overheid. Verder krijgen vermogenden te maken met hogere belastingen. De belasting op spaargeld en een tweede huis gaat omhoog, van 31% nu tot 34%. Dat zal niet in een keer gebeuren, maar vindt plaats in stapjes. Ook de belasting die energiebedrijven betalen, de mijnbouwheffing, gaat omhoog. Het kabinet vindt dat zij teveel winst maken en dat zij best een steentje bij mogen dragen. Ook dga’s, mensen met een BV, moeten meer belasting gaan betalen. Dat moet zo’n 540 miljoen euro opleveren voor de staatskas. En zzp’ers zullen straks geconfronteerd worden met een snellere afbouw van de zelfstandigenaftrek. Ze betalen dan over een groter gedeelte van hun inkomen belasting. Al met al zijn dit maatregelen die geld opleveren voor de staat.

Wat gebeurt er om de lasten te verlichten?
Hoe gaat de overheid het geld dat zij extra binnenkrijgt dan verdelen om lasten te verlichten? De belasting op arbeid wordt bijvoorbeeld verlaagd. De arbeidskorting gaat omhoog, waardoor werkenden een grotere korting ontvangen op het te betalen belastingbedrag. En het tarief voor de eerste schijf inkomstenbelasting gaat omlaag. Mensen met een inkomen tot zo’n 70.000 euro profiteren daar direct van, dus bereikt die tariefsverlaging hele grote groepen van de bevolking. Veel mensen zullen dat merken in de portemonnee. Ook het heffingsvrije vermogen in box 3 stijgt, van 50.650 tot 57.000 euro. Mensen met enkele tienduizenden euro’s spaargeld zullen zo een kleine verlichting kunnen voelen. En er komt een plafond voor de kosten van energie.

Inflatie
Samenvattend kunnen we zeggen dat de inflatie voor een groot deel aangewakkerd is door hoge energieprijzen. Het kabinet tracht met haar plannen het koopkrachtverlies, dat dit jaar al gauw 8% gemiddeld bedraagt, te compenseren. Burgers met een inkomen tot 70.000 euro, met een klein vermogen (tot 57.000 per persoon) zullen er naar verwachting op vooruitgaan. Bedrijven en vermogenden betalen, tezamen met energiebedrijven, de rekening.

Wil je weten wat deze maatregelen voor jou persoonlijk betekenen neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner. Die kan samen met jou kijken wat de gevolgen zijn voor jouw financiële situatie.

Het kabinet heeft de financiële plannen voor 2022 aangekondigd. Wij hebben de belangrijkste wijzigingen voor jou als woningeigenaar op een rijtje gezet en geven daarnaast een aantal bespaartips. 

Hypotheekrenteaftrek:

Vanaf 2022 is het maximale belastingpercentage voor de hypotheekrenteaftrek verlaagd van 43% naar 40%. Dit heeft vooral invloed bij inkomens van meer dan € 69.398,- per jaar.

Verdere afbouw Wet Hillen:

Meer belasting voor woningeigenaren met een kleine hypotheek of een hypotheekvrije woning doordat de Wet Hillen wordt afgebouwd. Als je minder hypotheekrente betaalt dan de
hoogte van het eigenwoningforfait, mocht voorheen het eigenwoningforfait op € 0,00 worden gesteld. Je kon in dit geval geen hypotheekrente aftrekken, echter hoefde je ook geen extra inkomstenbelasting te betalen over de waarde van de woning. Met de afbouw van Wet Hillen moet je stapsgewijs meer eigenwoningforfait optellen bij je inkomen.

In 2048 betekent dit dat je altijd belasting betaalt over het inkomen + het eigenwoningforfait. Ook al is de hypotheekrenteaftrek minder dan het eigenwoningforfait of heb je zelfs geen  hypotheekrenteaftrek meer door het volledig aflossen van je hypotheek. In 2021 betaal je slechts 6,67% van het eigenwoningforfait, wanneer je geen hypotheekschuld hebt. In 2022 wordt dit verder verhoogd naar 10%.

Bespaartips:

  • bekijk de mogelijkheden om in 2021 nog de hypotheek over te sluiten! Door de afname van het belastingpercentage voor hypotheekrenteaftrek, kan het interessant zijn om je hypotheek nog in 2021 over te sluiten. Een eventuele boeterente is in 2021 namelijk nog voor maximaal 43% aftrekbaar. In 2022 daalt het belastingpercentage naar 40%. Tevens is het de vraag hoe de aftrek nog in stand blijft en of dat juist daarom nu wijzigen interessant kan zijn in jouw situatie. We kijken graag samen met jou of dit voordelig kan zijn!
  • met de stijgende huizenprijzen zou het zo maar kunnen dat je hierdoor je maandlasten kunt verlagen. Heb jij een hypotheek zonder NHG afgesloten? Dan wordt de hoogte van
    de rente namelijk bepaald door de verhouding marktwaarde/hypotheek. Iedere geldverstrekker heeft de rente zonder NHG opgedeeld in een aantal risicoklassen. De risicoklasse is gebaseerd op de verhouding marktwaarde/hypotheek. Door de stijgende huizenprijzen kan het zijn dat je in een lagere risicoklasse terecht kan komen. Het is afhankelijk per geldverstrekker wat je hiervoor moet aanleveren. Bij een aantal geldverstrekkers is bijvoorbeeld het aanleveren van een WOZ-waarde al voldoende en andere willen dit graag onderbouwd zien met een actuele taxatie.
  • met de snel stijgende gasprijzen kan het rendabel zijn om de woning te verduurzamen. Vanuit de overheid is bijvoorbeeld een Nationaal Isolatie Programma opgericht. Doel hiervan is om de woningen versneld te isoleren. En daarnaast zijn er ook subsidies voor bijvoorbeeld warmtepompen te verkrijgen, die mogelijk kunnen helpen. Hierover denken wij graag met u mee, wat hierin voor jou de (on)mogelijkheden zijn.

Ben je benieuwd wat voor jou interessant kan zijn, neem dan eens contact met ons op.

Prinsjesdag 2021 is anders dan voorgaande Prinsjesdagen. We hebben te maken met een demissionair kabinet en we wachten op een nieuwe regeringscoalitie. De voorstellen van de regering zijn daarom wat minder uitgesproken en kunnen bij het uiteindelijke regeerakkoord nog anders worden. Desondanks zien we een aantal ontwikkelingen. In dit bericht worden de verwachte belastingwijzigingen per 1 januari 2022 toegelicht.

De belastingbetaler
De Nederlandse belastingbetaler gaat er net als vorig jaar op vooruit. Het basistarief van de inkomstenbelasting daalt verder, zij het bescheiden, van 37,10% naar 37,07%. Het idee is dat dit tarief in 2023 naar 37,05% gaat en in 2024 nog verder daalt, naar 37,03%. Het toptarief is en blijft vooralsnog 49,5%. Hoewel er behoorlijk wat stemmen opgaan in politiek Den Haag om dat toptarief te verhogen, naar 50% bijvoorbeeld. De grens waarboven het toptarief moet worden betaald, ligt op hetzelfde niveau als vorig jaar, maar is voor inflatie aangepast. Boven € 68.507 geldt het tarief van 49,5%. De komende jaren zal de discussie verder gevoerd worden over verhoging van het tarief en verhoging van de grens van € 68.507. Voor pensioengerechtigden is er in de eerste schijf (die voor hen is opgedeeld in twee extra schijven, omdat ze geen sociale verzekeringspremie meer hoeven te betalen) een verdere daling te zien naar 9,42%. Dat is tot € 35.129. Daarboven betalen zij dezelfde belasting als iemand die nog niet gepensioneerd is. Dit bedrag is anders voor degenen die vóór 1946 zijn geboren, namelijk € 35.941. Conclusie: lichte daling van de belastingdruk.

Ondernemers
Iemand met een eenmanszaak, een ondernemer in de sfeer van de inkomstenbelasting, gaat er op achteruit. De zelfstandigenaftrek wordt stapsgewijs verlaagd. In 2022 wordt de aftrek € 6.310 en uiteindelijk moet deze uitkomen op € 3.240. Wie een BV heeft, gaat er verder op vooruit. De eerste schijf van de vennootschapsbelasting wordt opgerekt van € 245.000 tot € 395.000. In die schijf betaalt de ondernemer 15% vennootschapsbelasting. Daarboven is het 25%. Er is dus een extra winst van € 150.000 te boeken tegen een lager tarief: dat scheelt maximaal 10% (het verschil tussen 25% en 15%) over € 150.000, dus € 15.000 maximaal voordeel in 2022.

Eigen woning
De aftrekbaarheid van de hypotheek wordt verder aan banden gelegd. Het is nu al jaren zo, dat mensen met een inkomen dat in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting valt, niet meer kunnen profiteren van aftrek tegen dat hoge tarief. In 2022 zal dat nog maximaal 40% zijn, na 2022 komen we uit op circa 37% en is daarmee voor de overheid het doel bereikt: aftrek tegen het basistarief voor iedereen. Het eigenwoningforfait blijft gelijk. Alleen voor mensen met een kleine hypotheek of een huis dat helemaal vrij is van hypotheek verandert er iets. Het komt erop neer dat het eigenwoningforfait ‘vroeger’ deels of geheel mocht worden weggestreept als de hypotheekrente hoger was dan het forfait, nu is dat niet meer volledig het geval. Sinds 2019 gaat deze compensatie met 3,33% omlaag. Daarmee gaat het belastbaar inkomen in box 1 omhoog als je een eigen woning hebt, waarop weinig of geen hypotheekrente meer wordt betaald.

Box 3
Hoewel er steeds meer stemmen opgaan in Den Haag om in box 3 het werkelijke rendement te gaan belasten, in plaats van een kunstmatig rendement dat voor iedereen hetzelfde is, zitten we ook in 2022 nog met een forfaitair rendement.

Tot zover de contouren van het Belastingplan 2022. Er kunnen nog wijzigingen optreden. Houd daarom het nieuws in de gaten en raadpleeg een gecertificeerd financieel planner. Want die is op de hoogte van alle relevante wetgeving en kan je aangeven wat wel of niet definitief is geworden en wat nog in de lijn der verwachting ligt.

 

Veel directeur-grootaandeelhouders (dga’s) hebben een lening en/of rekeningcourantpositie bij de eigen bv. De hoogte van de schuld aan de bv kan verschillen van enkele duizenden tot vele miljoenen euro’s. Het voordeel van lenen van de bv is dat op deze manier de box 2-heffing van 26,9% kan worden uitgesteld.

Verder kan het lenen van de eigen bv een belastingbesparing in box 3 opleveren. Dit omdat de schuld aan de bv kan worden afgetrokken van de aanwezige box 3-bezittingen. Dit alles zorgt ervoor dat minder box 3-belasting is verschuldigd.

Wat is excessief lenen?

Vanaf 1 januari 2023 treedt de Wet excessief lenen in werking waardoor het hebben van een lening bij de eigen bv van meer dan € 500.000 fiscaal wordt gestraft. Uitgezonderd zijn de eigenwoningleningen. De eerste peildatum is op 31 december 2023. Dit klinkt nog ver weg, maar de tijd vliegt voorbij en zeker voor die dga’s die een lening hebben bij de eigen bv van boven de € 500.000 – niet zijnde een eigenwoninglening – is werk aan de winkel.

Het is niet relevant of de schuld is aangegaan door jou als dga of door je partner. Ook is het niet van belang of op basis van jullie huwelijkse voorwaarden de schuld behoort tot jouw vermogen of dat van je partner. Het maximumbedrag van € 500.000 geldt voor jullie beiden gezamenlijk.

Een dergelijke lening van meer dan € 500.000 wordt vanaf 2023 door de fiscus als bovenmatig beschouwd. Uiteraard is dit bedrag arbitrair, aangezien voor de ene dga een lening van € 5.000.000 niet bovenmatig hoeft te zijn, waar voor een andere dga geldt dat een lening van € 50.000 al bovenmatig is gelet op zijn financiële positie. De fiscus wil met de nieuwe wet voorkomen dat belastingclaims onbeperkt vooruit worden geschoven, alsook dat leningen uiteindelijk niet meer terugbetaald kunnen worden.

Fictief regulier voordeel

De lening boven het maximumbedrag van € 500.000 wordt het fictief regulier voordeel genoemd. Hierover is vanaf 2023 in box 2 belasting verschuldigd. Het fictief regulier voordeel geldt voor alle rechtsvormen waarin een aanmerkelijk belang kan worden gehouden. Voor alle duidelijkheid: van een aanmerkelijk belang is sprake als je als aandeelhouder, eventueel samen met je fiscale partner, in privé minimaal 5% van het geplaatste kapitaal in een vennootschap bezit. De meest voorkomende vennootschap is de bv.

Stel je hebt op 31 december 2023 een schuld aan je bv – niet zijnde een eigenwoningschuld – van € 1.000.000. Het fictief regulier voordeel komt dan uit op € 500.000. Hierover moet direct 26,9%  box 2-heffing worden voldaan, ofwel € 134.500.

Hoe werkt dit in de jaren die volgen?
Het maximumbedrag van € 500.000 wordt jaarlijks verhoogd met de eventuele eerdere fictieve reguliere voordelen waarover inkomstenbelasting is betaald. Hiermee wordt voorkomen dat jaarlijks vanwege hetzelfde bovenmatig gedeelte van de schulden een fictief regulier voordeel in de belastingheffing wordt betrokken.

Even een voorbeeld om dit te verduidelijken. Stel je bezit een jaar later (31 december 2024) nog steeds alle aandelen in de bv en je hebt ook nog steeds een schuld van € 1.000.000 aan je bv. Het maximumbedrag wordt dan met € 500.000 verhoogd naar € 1.000.000. Het fictief regulier voordeel bedraagt dan € 0, ultimo 2024.

Leningen/schulden

Onder leningen/schulden aan je eigen bv worden verstaan: alle schulden met uitzondering van eigenwoningschulden. Eigenwoningschulden zijn leningen die zijn aangegaan bij de eigen bv en die zijn gebruikt voor de aankoop, verbetering of onderhoud van je eigen woning. Verder moeten deze leningen voldoen aan de fiscale spelregels voor wat betreft rente en aflossing.

Wordt de lening aangegaan na 31 december 2022 dan moet aanvullend verplicht een recht van hypotheek worden verstrekt aan de bv. Het is niet noodzakelijk dat het hier een eerste recht van hypotheek betreft. Verder is een aandachtspunt dat de uitzondering voor eigenwoningschulden vervalt als na 30 jaar de lening naar box 3 verhuist of als de box 1-lening al eerder is omgezet naar een box 3-lening.

Goed te weten is verder dat eventuele vorderingen die je hebt op je eigen bv niet mogen worden afgetrokken van de schuld/lening aan je bv.

Verbonden persoon

Het fictief regulier voordeel is ook van toepassing op leningen die zijn aangegaan bij de bv van aan jou of je partner verbonden personen. Een verbonden persoon is de bloed- of aanverwant in de rechte lijn. Denk hierbij aan ouders, kinderen en kleinkinderen. Een broer of zus behoort niet tot de verbonden personen. Het bedrag boven het maximumbedrag van € 500.000 van de schulden van een verbonden persoon wordt toegerekend aan de aanmerkelijkbelanghouder. De toerekening geldt alleen als het een schuld van een verbonden persoon betreft aan de vennootschap waarin de aanmerkelijkbelanghouder een aanmerkelijk belang heeft, maar de verbonden persoon niet.

Stel jij bezit alle aandelen in een bv. Je hebt per 31 december 2023 een schuld – niet zijnde een eigenwoningschuld – van € 450.000 bij je bv. Jouw zoon (geen aandeelhouder, geen aanmerkelijkbelanghouder) heeft per 31 december 2023 een bedrag van € 650.000 geleend bij jouw bv (geen eigenwoninglening). Jouw zoon heeft daarmee, gelet op het maximumbedrag, een bovenmatige schuld van € 150.000. Omdat jouw zoon een verbonden persoon is wordt de bovenmatige schuld aan jou toegerekend. Dit betekent dat jij ultimo 2023 een fictief regulier voordeel hebt van € 100.000 (€ 450.000 + € 150.000 = € 600.000 minus € 500.000 = € 100.000). Jouw maximumbedrag wordt met € 100.000 verhoogd naar € 600.000.

Voorkomen dubbele heffing

Om dubbele belastingheffing te voorkomen is bepaald dat het fictief regulier voordeel ook negatief kan zijn. Wanneer de totale som van de schulden minder bedraagt dan het maximumbedrag, is in beginsel sprake van een negatief fictief regulier voordeel. Er kan echter slechts sprake zijn van een negatief fictief regulier voordeel voor ten hoogste het bedrag dat eerder bij de aanmerkelijkbelanghouder als positief fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen. Het negatief fictief regulier voordeel verlaagt het maximumbedrag.

Door ook constructies als ‘van de vennootschap via een derde lenen’ onder de regeling te plaatsen worden veel ontwijkroutes dichtgetimmerd.

Tijdig maatregelen treffen

Mocht je over een excessieve schuld beschikken dan heb je nog ruim twee jaar om dit op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld door dividend uit te keren en hiermee de schuld terug te brengen. Dit betekent dat er wel middelen moeten zijn om de box 2-heffing te betalen over het uitgekeerde dividend. Om bijvoorbeeld € 200.000 aan schuld weg te werken zal een dividend nodig zijn van € 273.597 (box 2-heffing € 73.597).

Wil je meer weten over de gevolgen van de Wet excessief lenen en hoe je hier in jouw situatie het beste mee om kunt gaan? Neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Per 1 maart kunnen we weer onze belastingaangifte doen. De belastingdienst vult een groot deel van je aangifte in. Ideaal! Maar hoe weet je of je niet onnodig geld laat liggen? En wat is er allemaal veranderd door Corona? Doe je voordeel met deze tips, zowel voor particulieren als voor ondernemers.

Wil je graag hulp bij je belastingaangifte? Neem contact op met een gecertificeerd financieel planner.

Voor 8 mei moet je belastingaangifte binnen zijn. Lukt dit niet, dan kun je uitstel vragen tot 1 september. Vraag dit uitstel dan wel aan voor 8 mei. Je doet er echter verstandig aan om de aangifte toch voor 8 mei te doen. Op deze manier voorkom je dat je 4 procent rente moet betalen over de belastingaanslag. Ook als je geld terugkrijgt, dan levert uitstellen geen voordeel meer op, aangezien de Belastingdienst is gestopt met het vergoeden van rente.

Als je voor 8 april aangifte doet, dan krijg je voor 1 juli bericht van de Belastingdienst en staat het geld ook snel op je bankrekening. Tenzij je natuurlijk geld moet terugbetalen.

Eigen woning
In 2020 is er een record aantal hypotheken afgesloten. Heb jij een hypotheek afgesloten, overgesloten of verhoogd en hiervoor kosten gemaakt? Vergeet dan niet om de aftrekbare financieringskosten in je aangifte op te nemen. Deze worden namelijk niet automatisch door de Belastingdienst ingevuld. En vergeet ook niet om de eventueel betaalde boeterente op te geven. Ook deze is fiscaal aftrekbaar.

Ben je in 2020 een betaalpauze overeengekomen met de geldverstrekker van je hypotheek? Let dan goed op bij het invullen van de rubriek ‘renteaftrek’. Meestal kan de rente die niet in het belastingjaar zelf is betaald, ook niet worden afgetrokken.

Heb je particulier geld geleend (bijv. binnen je familie) voor de aankoop of verbetering van je eigen woning? Neem dan de aan hen betaalde rente plus de eventueel betaalde afsluitprovisie op in je aangifte.

Andere inkomsten door Corona
Door de coronacrisis kan voor jou 2020 een jaar zijn geweest met veel veranderingen. Als dat het geval is, dan is het belangrijk de vooraf ingevulde belastingaangifte extra goed te controleren.

Heb je door Corona als ondernemer een negatief inkomen in 2020, omdat de kosten hoger waren dan de inkomsten? Lever dan zeker op tijd je aangifte in. De Belastingdienst verrekent je negatieve inkomsten van 2020 in dat geval automatisch met positief inkomen van de drie voorgaande jaren. Ondernemers kunnen hierdoor mogelijk belasting terugkrijgen.

Ben je ondernemer en heeft je bedrijf betalingsproblemen vanwege de coronacrisis? Dan kan je t/m 30 juni 2021 bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor verschillende belastingen. Heb je al bijzonder uitstel van betaling? Dan kan je de belastingdienst ook vragen het te verlengen. De belastingen waarvoor je bijzonder uitstel krijgt hoef je dus nu niet direct te betalen maar blijf wel op tijd aangifte doen.

Urencriterium
Mogelijk voldeed je in 2020 toch aan het urencriterium. Vanwege de coronacrisis is het urencriterium van 1 maart t/m 30 september 2020 versoepeld. Voor je aangifte inkomstenbelasting over 2020 mag je ervan uitgaan dat je in die periode ten minste 24 uur per week aan je onderneming hebt besteed, ook als je dat niet werkelijk hebt gedaan.

Bijzondere regelingen
De Belastingdienst houdt dit jaar rekening met de reeds ontvangen coronaregelingen. Heb je bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de TOZO of de TOFA? Dan zal deze uitkering waarschijnlijk al ingevuld zijn op je belastingaangifte.

Ontving je als ondernemer in 2020 een TOGS of TVGI? Geef deze tegemoetkomingen in je aangifte op bij de rubriek ‘Vrijgestelde winstbestanddelen’ en ‘Buitengewone baten en lasten’. Je hoeft hierover dan geen belasting te betalen.

Je woont of werkt over de grens in de EU
Door de maatregelen rondom het coronavirus, kan het zijn dat je in 2020 verplicht tijdelijk thuis werkte. Dat kan in een ander land zijn dan waar je normaal gesproken werkt. Dit kan gevolgen hebben hoe je je inkomsten in je aangifte inkomstenbelasting over 2020 moet opgeven.

Thuiswerkende ZZP-er
Als zzp’er mag je kosten voor thuiswerken meestal niet aftrekken. Als je als zzp’er tijdens de coronacrisis vaker vanuit huis hebt gewerkt en daardoor extra kosten hebt gemaakt mag je deze slechts in enkele gevallen aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting over 2020.

Op zoek naar nog meer praktische tips? Neem dan eens contact op.